Vous pouvez lire le texte en francais apres le texte en neerlandais.
Gisteren heb ik een heel mooie dag gehad in Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, een plek die zowel rijk is aan tentoonstellingen als aan architectuur.
Op aanraden van een collega ontdekte ik de tentoonstelling Oceanista, waar mode op een originele manier de maritieme wereld verkent. Het laat zien hoe eenvoudige, praktische kledingstukken, zoals het Bretonse gestreepte overhemd of de gele oliejas, grote ontwerpers hebben geïnspireerd. Vooral enkele meer artistieke stukken vielen me op door hun originaliteit.
De tentoonstelling over Japan ontroerde me. De eerste foto’s van rond 1850 zijn indrukwekkend, ondanks de technische beperkingen van die tijd. Felice Beato slaagde er toen al in om prachtige panorama’s te maken. In een meer hedendaags deel van de tentoonstelling boeide het werk van Anaïs López me door haar poëtische en intrigerende aanpak.
Vervolgens bezochten we de tentoonstelling over slavernij rond de Atlantische Oceaan. In mijn werk houd ik me bezig met vragen over herinnering en de overdracht van geweld. Deze tentoonstelling sluit daar sterk bij aan en laat zien hoe dit verleden ons heden blijft beïnvloeden. Ze is tegelijkertijd ontroerend, noodzakelijk en zeer leerzaam.
De zaal met wandtapijten wekte mijn nieuwsgierigheid. Omdat ik onlangs het Internationaal Tapijtcentrum in Aubusson heb bezocht, was ik benieuwd naar de gebruikte technieken. Het gebrek aan uitleg in het museum vond ik dan ook wat teleurstellend: gaat het hier om wandtapijten in de stijl van Gobelins, of eerder om technieken uit Aubusson en Felletin? (Al besef ik natuurlijk dat dit niet het hoofdonderwerp van het museum is.)
Uit wat onderzoek bleek dat Thomas Poyntz vooral een handelaar was die een atelier leidde, waar de ambachtslieden — vaak Vlamingen — de werken daadwerkelijk uitvoerden. Dit verandert het perspectief: deze wandtapijten lijken eerder het resultaat van collectief werk en gedeelde expertise. Hun rijkdom en omvang doen vermoeden dat er maanden werk in zat.
De afdeling met kaarten fascineerde me ook. Na het luisteren naar een aflevering van de podcast van Passion Médiévistes over cartografie, legde ik veel verbanden. Het was bijzonder om de koperplaten van dichtbij te kunnen bekijken.
Het museum zelf is zeker een bezoek waard: de koepel op de binnenplaats is indrukwekkend en een aangename plek om even te pauzeren. Het is ook kindvriendelijk en gemakkelijk bereikbaar vanaf Amsterdam Centraal. De wandeling naar het museum laat je de maritieme sfeer van de stad goed ervaren.
Een rijke dag vol ontdekkingen, emoties en reflecties.
Hier, j’ai passé une très belle journée au Musée national de la Marine d’Amsterdam, un lieu aussi riche par ses expositions que par son architecture.
Sur les conseils d'une collègue, j’ai découvert l’exposition Oceanista, où la mode dialogue avec l’univers marin de manière originale. On y voit comment des vêtements simples et pratiques, comme la marinière ou le ciré jaune, peuvent inspirer de grands créateurs. Certaines pièces, plus artistiques, m’ont particulièrement marquée par leur originalité.
L’exposition consacrée au Japon m’a beaucoup touchée. Les premières photographies vers 1850 sont impressionnantes, malgré les limites techniques de l’époque. Felice Beato réussissait déjà à créer de magnifiques panoramas. Dans une approche plus contemporaine, le travail de Anaïs López m’a séduite par son univers poétique et intrigant.
Nous avons ensuite poursuivi avec l’exposition sur l’esclavage autour de l’Atlantique. Dans mon travail, je suis confrontée aux questions de mémoire et de transmission des violences. Cette exposition fait écho à ces thématiques, en montrant comment ce passé continue d’influencer notre présent. Elle est à la fois émouvante, nécessaire et très pédagogique.
La salle des tapisseries a éveillé ma curiosité. Ayant visité récemment la Cité internationale de la tapisserie, je me suis interrogée sur les techniques utilisées. L’absence d’explications au musée m’a laissée sur ma faim : s’agit-il de tapisseries de type Gobelins ou des techniques d’Aubusson et Felletin ? (naturellement ce n'est pas le sujet du musée)
En faisant quelques recherches, j’ai découvert que Thomas Poyntz était plutôt un marchand dirigeant un atelier, où les artisans — souvent flamands — réalisaient concrètement les œuvres. Cela change le regard : ces tapisseries apparaissent alors comme un travail collectif, fruit d’un savoir-faire partagé. Leur richesse et leur taille laissent imaginer des mois de travail qui n'est pas expliqué dans l'expo.
La partie consacrée aux cartes m’a également passionnée. Après avoir écouté un épisode du podcast de Passion Médiévistes sur la cartographie, j’ai fait de nombreux liens. Voir les plaques de cuivre de près était fascinant.
Le musée lui-même vaut la visite : la coupole dans la cour intérieure est impressionnante et très agréable pour faire une pause. C’est aussi un lieu adapté aux enfants et facilement accessible depuis la Gare centrale d’Amsterdam. La promenade jusqu’au musée permet d’ailleurs de ressentir pleinement le caractère maritime de la ville.
Une journée riche, entre découvertes, émotions et réflexions.


